2 Heerlijke typisch Zweedse gerechten

Kassler med svampsås

Zodra je aan Zweeds eten denkt, komen waarschijnlijk al snel gehaktballetjes, aardappels en een flinke lepel lingon berry jam voorbij. En dat is ook echt heerlijk, hoor! De Zweedse keuken is juist zo fijn omdat het vaak draait om simpele ingrediënten die samen ontzettend veel smaak krijgen. Geen ingewikkelde kooktechnieken of een boodschappenlijst waar je drie supermarkten voor moet afstruinen. Gewoon goed vlees, aardappels, boter, room en natuurlijk de nodige ingrediënten uit de Zweedse natuur.

Zweden heeft door de eeuwen heen een sterke band gehad met het buitenleven. Lange winters betekenden dat voedsel goed bewaard moest kunnen worden. Roken, zouten, drogen en inmaken waren daarom belangrijke technieken. Tegelijkertijd leverden de bossen volop paddenstoelen en bessen en vormden aardappels, vlees en vis lange tijd de basis van de dagelijkse keuken.

Twee gerechten waarin je die typische Zweedse eenvoud goed terugziet zijn kassler med svampsås en pyttipanna. Het ene is romig en hartig en het andere is juist lekker knapperig en huiselijk. Perfect voor een avond waarop je zin hebt in Scandinavische gezelligheid aan tafel.

Kassler med svampsås

Kassler is een typisch Zweeds stukje gezouten en licht gerookt varkensvlees. In Nederland kom je het meestal tegen onder de naam casselerrib. Je vindt het bij sommige supermarkten bij het gerookte vlees of bij de slager. Vraag daar eventueel naar casselerrib of een licht gerookte varkenskarbonade. Het fijne is dat je het niet zelf hoeft te pekelen of roken. Het vlees is al klaar om te gebruiken en hoeft alleen nog even mooi goudbruin gebakken en doorgewarmd te worden.

De smaak is mild, hartig en een tikje rokerig. Daardoor kun je er alle kanten mee op. In Zweden wordt kassler bijvoorbeeld verwerkt in ovenschotels, gecombineerd met rijst of pasta, maar ook simpel gebakken en geserveerd met een romige saus. Voor dit recept gaan we voor die laatste variant.

De romige paddenstoelensaus past er perfect bij. Dat is eigenlijk niet zo gek als je naar de Zweedse natuur kijkt. De uitgestrekte bossen zijn rijk aan paddenstoelen en vooral in de nazomer en herfst trekken veel Zweden eropuit om zelf paddenstoelen te verzamelen. Cantharellen zijn daarbij een echte favoriet, maar ook eekhoorntjesbrood en verschillende soorten boleten worden veel gevonden.

Voor dit gerecht bak je de casselerrib eerst aan beide kanten goudbruin. Vervolgens maak je in dezelfde sauteerpan de saus. Zo blijven de heerlijke aanbaksels van het vlees behouden en geven ze extra smaak aan de paddenstoelen en room. De hoge rand van de pan is bovendien ideaal om de saus rustig te laten inkoken.

Kassler med svampsås recept voor 4 personen

800 gram casselerrib of licht gerookte varkenskarbonade

400 gram gemengde paddenstoelen

1 grote ui

2 teentjes knoflook

2 eetlepels boter

200 milliliter kookroom

150 milliliter kippenbouillon

1 theelepel gedroogde tijm

1 eetlepel mosterd

1 eetlepel bloem

Een handje verse peterselie

Zwarte peper naar smaak

Eventueel een klein scheutje citroensap

Zo maak je het

Snijd de casselerrib in plakken van ongeveer anderhalve centimeter dik. Omdat het vlees al gezouten en gerookt is, hoef je geen of maar heel weinig extra zout te gebruiken. Verhit de boter in een ruime pan en bak de plakken aan beide kanten mooi goudbruin. Haal het vlees uit de pan en leg het even apart onder aluminiumfolie.

Maak ondertussen de paddenstoelen schoon en snijd grotere exemplaren wat kleiner. Snipper de ui en hak de knoflook fijn.

Bak de ui in dezelfde pan tot deze zacht en licht goudkleurig wordt. Voeg daarna de paddenstoelen toe en zet het vuur iets hoger. Laat het vocht uit de paddenstoelen verdampen, zodat ze lekker kunnen bakken en wat kleur krijgen. Voeg vervolgens de knoflook en tijm toe en bak deze kort mee.

Strooi de bloem over de paddenstoelen en roer alles goed door. Laat de bloem ongeveer een minuut meebakken. Schenk daarna langzaam de kippenbouillon erbij terwijl je blijft roeren. Zo ontstaat er een mooie basis voor de saus. Voeg vervolgens de kookroom en mosterd toe.

Laat de saus op laag vuur een paar minuten zachtjes pruttelen totdat hij wat dikker en lekker romig wordt. Is de saus nog te dun, laat hem dan gewoon iets langer inkoken. Te dik geworden? Een klein scheutje bouillon of room doet wonderen.

Leg de casselerrib terug in de saus en laat het geheel nog ongeveer vijf minuten zachtjes doorwarmen. Proef de saus en voeg naar smaak zwarte peper toe. Een klein scheutje citroensap kan ook lekker zijn. Dat haalt het gerecht net wat op en zorgt voor een fijne tegenhanger van de romige saus. Strooi vlak voor het serveren de verse peterselie erover.

Serveer de kassler med svampsås met gekookte aardappels, aardappelpuree of eventueel gebakken aardappeltjes. Wil je er echt een Zweedse maaltijd van maken, zet dan ook een schaaltje lingonberryjam op tafel. De frisse, lichtzure smaak van de rode bessen past verrassend goed bij het zoute, licht gerookte vlees en de volle paddenstoelensaus. Een simpele groene salade erbij en je hebt een heerlijk Scandinavisch bordje eten.

Pyttipanna

Pyttipanna

Pyttipanna is misschien wel een van de leukste Zweedse gerechten als je van makkelijk koken houdt. De naam betekent ongeveer “kleine stukjes uit de pan” en dat beschrijft meteen precies wat het is.

Het gerecht ontstond als een praktische manier om restjes eten op te maken. Gekookte aardappels van de vorige dag, een stukje vlees, wat worst en een ui werden in kleine blokjes gesneden en samen opgebakken. In een tijd waarin voedsel verspillen absoluut geen optie was, was zo’n gerecht natuurlijk ideaal.

Pyttipanna groeide uit tot een echt Zweeds comfortfood en wordt tegenwoordig niet alleen thuis gegeten, maar staat ook regelmatig op lunchkaarten. Het mooie is dat er geen vast recept bestaat. Je kunt er eigenlijk in stoppen wat je nog in de koelkast hebt liggen. Dat maakt iedere pyttipanna net een beetje anders.

Een goede dikke braadpan is hierbij ideaal. Je wilt namelijk dat de aardappeltjes rondom lekker krokant worden, terwijl het vlees en de ui mooi kunnen karamelliseren zonder dat de boel direct aanbakt.

Pyttipanna recept voor 4 personen

800 gram vastkokende aardappels

300 gram spekblokjes

250 gram stevige worst, bijvoorbeeld rookworst

2 grote uien

2 eetlepels boter

4 eieren

1 eetlepel fijngehakte peterselie

Zwarte peper naar smaak

Eventueel een snufje zout

Zo maak je het

Kook de aardappels in de schil tot ze bijna gaar zijn. Laat ze volledig afkoelen en snijd ze daarna in blokjes van ongeveer twee centimeter. Je kunt dit ook prima een dag eerder doen. Sterker nog, koude aardappels bakken vaak nog mooier krokant.

Snijd de uien in halve ringen en de worst in kleine stukjes.

Bak de spekblokjes in een grote pan totdat ze mooi bruin zijn. Haal ze eventueel even uit de pan als er veel vet is vrijgekomen. Voeg de boter toe en bak de aardappelblokjes op middelhoog tot hoog vuur. Laat ze rustig bakken en schep ze niet voortdurend om. Juist wanneer je ze even met rust laat, krijgen ze die heerlijke goudbruine korst.

Voeg na ongeveer tien minuten de ui toe. Bak het geheel verder totdat de aardappels krokant zijn en de ui zacht en licht gekaramelliseerd is. Voeg daarna de stukjes worst en het spek weer toe. Bak alles nog een paar minuten samen.

Breng op smaak met zwarte peper en eventueel een klein beetje zout. Wees daar voorzichtig mee vanwege het spek en de worst.

Bak ondertussen de eieren. Traditioneel wordt pyttipanna vaak geserveerd met een spiegelei waarvan de dooier nog lekker zacht is. Schep de pyttipanna op de borden en leg op ieder bord een gebakken ei. Strooi er wat verse peterselie over.

Ook hier hoort wat mij betreft lingonberryjam bij. De combinatie van krokante aardappel, hartig vlees, zachte eidooier en frisse bessen is simpel, maar echt ontzettend lekker.

 

Een bericht schrijven

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Doepser leven

Nieuwsbrief

Elke twee weken een leuke update?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Volgende