
Een aanrader voor als je even weg wil van de drukte van Oslo, is de Holmenkollenheuvel ten noorden van de stad. Met de auto is het ongeveer vijftien minuten rijden vanaf het centrum.
Onder het prachtige Holmenkollen Hotel – volledig in Noorse stijl – ligt een parkeerplaats waar je de auto kwijt kunt. Wij verbleven een nachtje in het hotel en hadden het geweldig naar onze zin. Maar je kunt er ook terecht voor een fika of een snack. Het is de ideale locatie om te genieten van het spectaculaire uitzicht. Aan je voeten liggen de fjorden van Oslo. Op een heldere dag zie je kilometers ver in de omtrek en kun je de ferry’s zien af- en aanvaren. ’s Avonds geniet je van de zonsondergang en alle lichtjes in de stad.

Op 200 meter van het hotel ligt de Olympische verspring-skischans van Holmenkollen. En dat is een behoorlijk indrukwekkende constructie. Het record op die baan is 141 meter. We hebben niet geprobeerd het na te doen, alhoewel je dat binnen in het museum wel kan in een simulator. Het museum is 365 dagen per jaar open en is het oudste museum dat gespecialiseerd is in skiën (sinds 1923).
Zo’n piste in het echt zien is nog wel iets anders dan op tv. Als je last hebt van hoogtevrees kan je beter niet gaan kijken. En je moet ook een beetje fit zijn want de trappen zijn behoorlijk hoog (en er zijn er veel). Er wordt op Holmenkollen geskied sinds 1890. In de loop van de tijd is de piste negentien keer herbouwd. De laatste aanpassing gebeurde tussen 2008-2010. Toen werd de vorige schans volledig afgebroken en vervangen door de versie die er nu staat. De architect is de Brusselse Julien De Smedt.

Een bezoekje aan de skischans is een echte aanrader, ook als je niet zo’n fan bent van wintersport.
Elke twee weken een leuke update?